Fedor Kregten

(1871 - 1937)

In het stijl van de Haagse School schilderde Fedor van Kregten (1871-1937) zijn landschappen, waarin vaak en veel koeien voorkomen. Ook schaapskuddes stofferen veel van zijn schilderijen. De autodidact Van Kregten liet zich inspireren door de natuur. Hij speelde met het licht. Van Kregten geldt als een nabloeier van de schilders van de genoemde Haagse School.
Van Kregten kwam als geboren Drent met zijn ouders naar Wierden. Zij vader was 'bovenmeester' der lagere school in Notter, het landelijke gebied aan de westkant van het dorp. Fedor was ook voorbestemd om carrière te maken in het onderwijs, haalde de akte, heeft nog even les gegeven (in Diepenveen), maar koos al op jonge leeftijd (hij was 22) voor de kunst. Abrupt en definitief, tot leedwezen van zijn vader, maar uiteindelijk zag die dat het zijn oudste zoon menens was, een roeping, en stelde hij Fedor een atelierruimte ter beschikking.
Daar kwamen de eerste schilderijen tot stand, met het vee dat de weide en heide graasde; er was veel woeste grond, later goeddeels in ontwikkeling gebracht, op het huidige Wierdenseveld na, een hoogveengebied met Europese beschermde status.
Van Kregten leefde met de koeien, at en sliep met de dieren, wat op zich al bijzonder is, niet uit bestialiteit, maar omwille van de kunst. Hij schafte zich een kalf aan om het dier te doorschouwen, het wezen te doorgronden, qua bouw en sfeer.
Van Kregten ging in 1906 naar Den Haag, voor de kunst. Hij heeft in de jaren twintig van de vorige eeuw het mediterrane gebied van Europa en Afrika bezocht. Dat veranderde zijn schilderstoets, het licht werd anders, het beeld uiteraard ook. Hij durfde steeds meer weg te laten.
De laatste jaren van zijn leven waren niet de gelukkigste, maar zijn schilderijen wonnen aan kracht. Ze laten veel zien van sterfelijkheid en vereenzaming, ze maken de vergankelijkheid van alle dingen nadrukkelijk voelbaar.